Verschillende eenzaamheidscijfers – hoe zit dat?

13/10/2015

Acht procent van de Nederlanders voelt zich sterk eenzaam. Dat blijkt uit cijfers van het RIVM. Onlangs bracht het CBS het cijfer van vier procent ‘eenzaam’ naar buiten. Dat is een stuk lager. Wie moeten we geloven?

beeld bij cijfers eenzaamheid artikel

Niet vergelijkbaar

Beide partijen misschien wel. De resultaten zijn ook niet één-op-één vergelijkbaar. Het RIVM deelt in naar het gangbare ‘sterk eenzaam’, ‘matig eenzaam’ en ‘niet-eenzaam’. Het CBS houdt het op ‘eenzaam’, ‘soms eenzaam’ en ‘niet-eenzaam’.

Buiten kijf staat de grote negatieve impact van eenzaamheid. Zeker als het langdurig aanhoudt, leidt eenzaamheid bij mensen tot gezondheidsrisico’s, minder meedoen in de samenleving en een gevoel dat welzijn of geluk tekortschiet.

En zeker is dat veel mensen met eenzaamheid te maken hebben. Bij het RIVM ligt het percentage ‘sterk eenzaam’ op 8,4% en ‘matig eenzaam’ op 30,5%. Het CBS geeft 4% eenzaam en tussen de 53% en 61% (afhankelijk van leeftijdsgroep) voor ‘soms eenzaam’.

  • Bekijk de precieze eenzaamheid cijfers van RIVM en van CBS

Verschillende onderzoeken

De onderzoeken wijken af in vorm en respondenten.

RIVM

Het RIVM werkt met cijfers over 2012, opgehaald onder 372.000 respondenten, van 19 jaar en ouder. Het gaat om 4-jaarlijkse bevolkingsonderzoek van de GGD’s waarvan het RIVM de dataset heeft geanalyseerd. Mede-eigenaar van de dataset is overigens het CBS. Er zijn elf vragen gesteld, de elf vragen van de gevalideerde en internationaal toegepaste eenzaamheidsschaal van prof. J. Gierveld.

CBS

Het CBS werkt met cijfers over 2014, opgehaald onder 7.500 respondenten; van 15 jaar en ouder wonend in particuliere huishoudens - ouderen in bijv. verzorgingshuizen zijn niet ondervraagd). De data zijn afkomstig uit het onderzoek Sociale samenhang & Welzijn van CBS. Er zijn zes vragen gesteld, lijkend op de vragen van de eenzaamheidsschaal.

Eerder onderzoek

Wat ouder is langlopend onderzoek van de VU Amsterdam. In een onderzochte periode van 25 jaar tussen 1979 en 2004 kwamen onderzoekers uit op een gemiddelde eenzaamheid van 30%, waarvan 10% sterk eenzaam. Dit onderzoek hanteerde evenals de GGD’s/RIVM de eenzaamheidsschaal van prof. dr. Gierveld.

Coalitie Erbij heeft er bij publicatie in september 2013 voor gekozen de cijfers uit de analyse van het RIVM te volgen in haar communicatie, aangezien dit de actueelste cijfers waren die gebaseerd zijn op de eenzaamheidsschaal en grootschalig onderzoek.

Koppen bij elkaar

Wat alle drie de onderzoeken aantonen, is dat eenzaamheid een urgent probleem is. Coalitie Erbij pleit ervoor dat de verschillende onderzoekers de koppen bij elkaar steken om te komen tot een uniforme en gevalideerde onderzoeksmethode. Zodat er over de prevalentie van eenzaamheid geen verwarring meer ontstaat.

Eenzaamheid

beeld bij bericht cijfers eenzaamheidIedereen kan op enig moment in zijn leven met eenzaamheid te maken krijgen. Bij zichzelf of bij een ander. In lichte of sterke mate.

Eenzaamheid ontstaat bijvoorbeeld door verlies van een dierbare, echtscheiding, ernstig gezondheidsverlies maar ook door veranderingen als verhuizing en stoppen met werken. Eenzaamheid is vooral een probleem voor mensen die het sterk of langdurig voelen. Mensen voelen zich eenzaam omdat het aantal sociale contacten geringer is dan gewenst, of omdat de kwaliteit van de contacten achterblijft bij hun wensen. Eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn – het kan wel samenvallen.

Op eenzaamheid rust een taboe. Struikelblok in de bestrijding van eenzaamheid is dat vrijwel niemand die zich eenzaam voelt, hier openlijk voor uitkomt. Daarom moet eenzaamheid uit de taboesfeer. Dan ontstaat er meer perspectief op het voorkomen of verminderen ervan. En dat is een belangrijke stap naar actie.

"Social"